etp-zutphen.com

Home Grappige verhalen Kijk Papa eens mooi sterven
Kijk Papa eens mooi sterven PDF Print E-mail
Geschreven door Evert Olthuis   
dinsdag, 06 januari 2009 21:59

Kijk Papa eens mooi sterven

Over 's werelds meest beruchte fietstocht praten is één ding, eraan meedoen een ander. Onderweg roept het gemartelde lichaam zijn eigenaar voortdurend ter verantwoording voor dat onzalige plan. Het enige dat nog functioneert zijn de dierlijke instincten: eten, drinken en wateren. Geen oog voor de omgeving, geen zinnige gedachten. Of toch, één: dit nooit meer!

Het gebeurt op een mooie Pinksterdag, ergens in de Ardennen tussen Bourcy en Vielsalm. Een man in een mal truitje ligt in het gras naast de weg. Zijn rijwiel staat slordig tegen een boom geparkeerd. 's Mans lijf schokt heftig, het lijkt wel of hij stuipies heeft.
Hij huilt hartverscheurend. Wat is er? Mijn benen willen niet meer, ik heb diarree en mijn ketting is gebroken. Nu, dan geef je toch op? Kan niet. Mijn auto staat bij de finish in Tilff.
Waar kom je vandaan? Hij kan het zich niet meer herinneren. Hoe heet je? Na enig nadenken klinkt het fluisterend: Harrie uit Heilloo. Ik geef hem mijn laatste banaan, zeg dat hij flink moet uitrusten en klim weer op de fiets. Het leven gaat verder, ook voor mij.

Berucht

Een half uur verder. Ik kijk op mijn routekaartje en zie dat de volgende stempelpost boven op de Wanne is gelegen. Een beruchte col. In het groepje waar ik aan de staart hang, wordt gegniffeld. De conversatie leert dat er wat debutanten tussen zitten. En die weten niet dat achter het kerkje in Grand Halleux de steile afdaling zomaar overgaat in een nog veel steilere klim. Heb je voor de kerkspits niet 'klein' geschakeld, dan rijd je net zo hard achteruit als eerst vooruit. Dat is elk jaar dolle pret, behalve voor degene die het overkomt. Ook nu is het niet anders. Ineens gaat de weg omhoog en is het alle hens aan dek.
Ratelende tandwielen en gevloek in drie talen. "Merde, Nondeju, Verdammt noch mal". Uit de groep voor ons zakt een Duitser omlaag met een snelheid alsof hij uit een rijdende trein is gegooid. Scheisse! Het wemelt er van de toeschouwers die bijna allemaal wel een familielid opwachten. Kijk, Carolien daar komt papa. Zwaai eens naar papa. Maar die heeft geen tijd voor flauwekul. Waar is dat fototoestel, krijst hij met zijn laatste adem. Dochtertje haalt de camera uit de auto en zoekt temidden van de dansende ruggen die van haar vader. Papa, sta even stil. Dan maak ik een actiefoto van je. Maar papa zit te sterven op zijn fiets en is de bocht al om. Volgend jaar beter!
Na de Wanne zijn de volgende toppen, de Haute Levée en de Rossier, bijna een makkie. De laatste heeft maar een stijgingspercentage van zes, hebben kenners mij verzekerd. Helaas hebben ze er niet bij gezegd dat de klim zes kilometer lang is. Ik kan geen enkel wiel volgen en rijd als een dronkeman na kerkbezoek. Gedurende zo'n lange beklimming moet je in je ritme komen. Het fietsen gaat dan automatisch en alleen het gehijg van de anderen, het bonzen van je slapen en het gesuis in je oren is hoorbaar. Dan denk je aan hele andere dingen dan fietsen, had deelneemster Miranda van Doesburg me tevoren verzekerd. Dan verzin ik bij voorbeeld een leuk cadeautje voor een jarige. Hoe ze daarbij komt weet ik niet. Ik denk maar één ding: waarom doe ik dit? Mijn karkas kan nog net dat ouwe vrouwtje met die spaniel in dat fietsmandje bijhouden, maar die stopt bij haar boerderij en weer ben ik alleen. Tot hulp opduikt in de persoon van een vrouw die precies hetzelfde tempo rijdt als ik. Drie kilometer lang hang ik hijgend achter haar achterwerk. Op een van haar kuiten ligt een trosje spataderen dat zich omhoog kringelt tot vlak onder haar zeemleren wielerbroek. Drie kilometer lang kijk ik tegen die spataderen aan. In gedachten praat ik er ook tegen. Toe maar, nog even volhouden, lieve adertjes van me. Sleep me naar boven. Wij wisselen elkaar, maar op mijn sterfbed zal ik dit als het meest romantische moment uit mijn wielercarrière koesteren.
De aderen beginnen steeds vervaarlijker te zwellen en we halen zowaar iemand in. Nota bene een persoon die gehuld gaat in de regenboogtrui, het officiële teken dat men zich 's werelds beste wielrenner mag noemen. Zeker de verkeerde kleermaker. Op het wegdek staan aanmoedigingen gekalkt: Allez Breukink, Allez Delgado. Allez Tim van der Kip uit Alblasserdam. Ik moet de spataderen nu loslaten en word ook nog eens ingehaald door een bejaarde met het opschrift Jolly Club l'Amour op zijn rug. En vlak voor de top door een loslopende hond met een bal in zijn bek. Dan is het leed tijdelijk geleden. Behalve voor de regenboogtrui die zijn riempjes vergeet los te trekken als hij afstapt en vol verbazing tegen het asfalt kwakt.
Tijd om te wateren. Ook dat is afzien. Het zeemleer in de wielerbroek heeft een verwoestende uitwerking op de geslachtsdelen. Zij zijn als sneeuw voor de zon geslonken. Een lotgenoot naast mijn in de greppel slaat mijn zoekpartij een tijdje gade en sist: Gewoon persen en als er ergens water uitkomt zit daar je plasser. En warempel daar spuit het kostelijke nat alle kanten uit.
De afdaling is koud en gevaarlijk. De organisatie heeft bewoners van de omliggende boerderijen op het hart gedrukt hun huisdieren binnen te houden. Steekt er toch onverwachts een hond over, dan heb je pech gehad. De hond ook. Hier rust Puksie. Hij had tijdens Luik-Bastenaken-Luik een ongelukkie. De gesprekken in het peloton komen weer op gang. Pas dan merk je dat allerlei mensen voor hun lol op de fiets zitten. Welhaast dierlijke types wier conversatie bestaat uit winden. boeren en rochelen alsmede welgemanierde lieden met een academische graad. Degene met wie ik keuvel is er zo een: op en top gentleman. Het type dat zijn geld strijkt voor hij het in zijn portemonnee stopt. Wij wensen elkaar geluk, want we zijn al in Remouchamps en het uur van de waarheid nadert. Col La Redoute!

Omhoog

Daar ziet het zwart van de mensen. Het wegdek is nauwelijks te zien. Hete viaduct onderdoor en evenwijdig aan de snelweg naar boven. Ik ben op mijn hoede, wetend dat het na de volgende bocht 18% omhoog gaat. Aan de linkerkant laten toeschouwers een smalle doorgang vrij. In die krappe doorgang moet je je ook nog eens langs degenen wurmen die zijn afgestapt en met de fiets aan de hand naar boven lopen. Tot overmaat van ramp proberen enkele zwakbegaafde automobilisten de helling op te rijden.
Een waar pandemonium barst los. Aan de baldadige stemming onder de toeschouwers kun je merken dat vele duizenden ons deze dag al zijn voorgegaan. Ik zie Miranda van Doesburg rijden. Ze zit nog in het zadel, maar wat een wit weggetrokken bekkie. Die denkt zeker niet aan een leuk cadeautje voor iemand op dit moment. Pal voor me gaat bij iemand langzaam de kaars uit. De Tapijtspecialist staat er op zijn rug. Hij zwalkt van links naar rechts en blijft telkens als door een wonder op de been. Door zijn capriolen belandt wel iedereen die hem wil passeren in het belendende weiland.
"Hé, Karel, hier" roept een vrouw die haar wettige echtgenoot ziet zwoegen. Karel stopt opgelucht, waardoor zes mensen achter hem het prikkeldraad induiken. Als ze er de fut nog voor hadden zouden ze hem op zijn bek timmeren. Karel boft nog, want vele renners hebben zich met helm en bril zo toegetakeld dat hun eigen vrouw hen niet eens herkent. Heb jij Adri gezien, Nel, Wacht. daar komt ie, geloof ik. Met die groene helm op. Of toch niet. Ben jij het, Adri? Nee, truttebol, ik ben Adri niet, perst de aangesprokene longen. We staan nu bijna stil.
Het is het gedeelte waar het stijgingspercentage tweeëntwintig bedraagt. In de bocht smakt De Tapijtspecialist nu eindelijk tegen de grond, vier man in zijn val meesleurend. De sponsor kan tevreden zijn, kamerbreed ligt hij daar op de weg. Door mij met twee handen af te zetten tegen de naast mij rijdende gentleman - deze tuimelt vloekend in de wei - blijk ik op de been en ontwaar in de verte de top. Mij een weg banend door een haag van applaudisserende malloten geraak ik daar ook nog. Op de top word ik van achteren aangereden door een rijdende banaan die bij nadere inspectie een ligfiets met kanariegeel omhulsel blijkt te zijn. De bezitter ervan kijkt me aan of ik gek ben. Ietwat duizelig ga ik even zitten.

De rest staat mij niet meer zo helder voor de geest. Ik schijn nog de Chambrai te hebben beklommen en op de Col de La Fraiture sterf ik die dag voor de laatste keer. Als een zombie kom ik over de streep in Tilff. Op een tijdstip dat in een aantal kroegen het bier al op is. Toch een triomfje. Maar 's nachts kan ik de slaap niet vatten. Mijn gedachten gaan terug naar een boom, ergens tussen Bourcy en Vielsalm. Zouden ze Harrie uit Heiloo al gevonden hebben?

Laatst aangepast op dinsdag, 19 mei 2009 19:44
 

Sponsors

Banner

Login formulier



Statistieken

Leden : 61
Artikelen : 22
Weblinks : 107
Artikelen bekeken hits : 14014

Wie is online

We hebben 4 gasten online

Weerkamer

Teleweer.nl