De man met gouden handen
Dit keer een bijzonder verhaal, dat ik nu zit te typen aan de boorden van de Middellandsezee. Ook hier bestaat fietsnostalgie. Hier in Agde bij de fietsenzaak van Toma hangen prachtige foto’s uit de jaren ’50. Men kan er renners als Voorting, van Est, Wachtmans, Bobet en Bartali herkennen. Op de foto’s staat ook de lokale held Gerard Toma, de oude eigenaar en stichter van deze fietsenzaak. Als Franse—regionaal heeft hij diverse Tour de Frances gereden. Helaas is hij een paar jaar geleden overleden aan een hersenbloeding. Een neefje heeft de zaak voortgezet. Ik mag er graag komen, want er komen a1tijd oude renners om mee te kletsen over de oude tijden. Tevens hangt er een kastje aan de muur, met daarin de informatie over de plaatselijke wielervereniging Racing Club Agatoise. Zulke zaken brengen mij weer op gedachten. Dit keer behoeft U niet te raden waar het over gaat.
In de eerste plaats komt er m.i. weinig van te recht en je moet dit keer zeker een insider zijn om het antwoord te kennen. Voor ik op reis ging heb ik even een foto uit ons trouwalbum gehaald. U zult misschien schrikken, en denken, dat het hier om een homo-huwelijk gaat. Echter, dat zou op 23 december 1969 heel bijzonder zijn geweest. De twee lieftallige heren, die in onze bruidstoel zijn gaan zitten zijn bijzondere figuren uit de topsport. Het zouden wel broers van elkaar kunnen zijn, maar dat is niet het geval. Ze kenden elkaar goed van de Olympische spelen van 1968 in Mexico City. De man met het bruidsbouquet is onze eigen Aad ‘ Steijlen, die we al een keer in de ”Sprint” hebben voorgesteld. Het gaat dit keer om de man met het bruidstasje. Misschien zegt het U niets, maar het is van de belangrijkste en beste soigneurs, die de KNWU ooit heeft gehad. Het is Sjeng Collard. Een natuurtalent en een vriend van vele topsporters. Hij stond altijd voor ze klaar. Ook voor mijn vrouw Hennie Hondeveld. Als ze in Limburg moest rijden om het Nederlands-kampioenschap op de Adsteeg in Beek, dan was ze een week in huis van de fam. Collard aan de Keerenderkerkweg in Stein. Zelf mocht ik graag in zijn keuken kijken. Van hem de uitspraak:”Een behandelkamer moet imponeren”. Stapte ik naar binnen, dan lag b.v. Riny Wachtmans op de tafel. Sjeng was ook masseur van de toen bekende Caballero—ploeg. Benjamins uit Hollandseveld, Harrie Stevens (de “Witte”), Mathieu Pustjens en Wim Schepers zijn hem veel dank verschuldigd. Hij gaf ze moraal. Zo smeerde hij aan de vooravond van een groot kampioenschap de benen van de coureurs in met bruine obat matjan (tijgerbalsem). Daar over heen deed hij vette watten. Het ging er pas af vlak voor de wedstrijd. Met prachtige bruine benen, die zo licht waren als een veertje werd de concurrentie geïmponeerd. Wat Sjeng ook deed, dat hij coureurs bij snik hete Tour—etappes liet fietsen met een koolblad onder hun petje? De medische begeleiding was toen nog matig, zodat Sjeng wel eens pure medische handelingen verrichtte. In Mexico werd hij daar het slachtoffer van. Hij spoot duroboline, omdat enkele sporters verzwakt waren. Zijn sporters o.a. Maria Gommers en ons gouden kwartet met Bart Zoet, Joop Zoetemelk, Fedor den Hartog en Eef Dolman pakten wel medailles. Waar artsen het af lieten weten werd Sjeng geslachtofferd en op het vliegtuig naar Nederland gezet. Zo te zien was hij er in dec. 1969 weer overheen. Zijn soigneer werk werd wel verlegd naar de race—paarden van Sjeng Hendriks uit Schaesberg. Helaas overleed hij op 55—jarige leeftijd aan een ernstige ziekte. Zijn uitvaart werd gedaan door zijn vriend en wielerkapelaan, die vroeger altijd de fietsen kwam zegenen. Dit keer ging de zegening voor de laatste keer naar Sjeng. Al zijn echte vrienden waren aanwezig. Sjeng Collard licht begraven in zijn geboorte dorp Elslo. De soigneur met zijn gouden handen is niet meer, maar ik zal hem in ieder geval nooit vergeten!
Adieu Sjeng!
Jaap Faber |